In de pauze tussen woorden

Soms hebben zinnen hun werk al verricht voordat we ze hebben afgerond. Niet met wat de woorden ons inhoudelijk vertellen, maar in het gevoel dat hun nabijheid in ons oproept.

In de pauze tussen woorden — een witregel tussen alinea’s, een bladzijde die wordt omgeslagen, een stem die zachtjes stilvalt — vindt een ontmoeting plaats die niet op voorhand uitgeschreven kan worden. Een ontmoeting die niet vraagt om een inleiding of nadere verklaring. Haar stille bestaan is daar, alsof het wacht op onze aankomst.

Maar vaak is dat juist hetgeen wat uitblijft. 

Langzamerhand is het haast gewenning geworden om alsmaar woorden tot ons te nemen. Zodra de ene zin afloopt, haken we onmiddellijk aan op de volgende, met een nieuwe gedachte, mening, zorg of gebeurtenis. Alsof de tijd verloren gaat als de stilte niet gevuld wordt. Terwijl we in dat verliezen misschien nog wel de meeste tijd terugwinnen.

We zijn de pauze tussen woorden gaan zien als leegte, leegte als gebrek, en op den duur werd dit slechts een pijnlijke herinnering aan onze eigen tekortkomingen. 

Maar niets is minder waar. 

Ze zal nooit van ons verwachten dat we goed voor de dag komen. Ze ontmoet ons, precies waar we op dat moment zijn. Aanwezig zijn is voor haar genoeg.

Wanneer we de uitnodiging aannemen, en ons laten ontmoeten, wordt de pauze weer een plek om te ademen, om te voelen wat woorden werkelijk met ons doen. De plek waar we ons herinneren dat ze niet enkel passeren door het hoofd, maar ons dieper raken. In het lichaam. In het hart. In de ziel.

In een gehaaste wereld die ons voortdurend voorhoudt dat we het verlangen van ons hart kunnen stillen met meer  — meer begrijpen, meer bereiken, meer bezitten — is de pauze iets onaangenaams geworden. Iets wat eigenlijk nooit echt goed uitkomt en ons ergens van weerhoudt.

Maar wat als de pauze precies op het juiste moment aanbreekt?

Wat als ze langskomt om ons er zachtjes aan te herinneren dat niet alles in het leven vraagt om meer?

Als iets ons het belang van pauzes laat voelen, dan is het poëzie. Poëzie wordt gedragen door stilte. Ze komt pas écht tot leven in onze ontvankelijkheid en dankt haar bestaan aan wat niet verwoord kan worden, maar zich enkel laat ervaren. 

Ze bestaat niet op papier, maar in ons.

Als we de pauze weer ervaren, wordt langzaam voelbaar dat er niets ontbreekt. 

Allesbehalve. 

Er is misschien wel niets wat ons meer zal zeggen.

Boekdelen

tussen woorden

waar de pauze
aanbreekt

wordt het de stilte

die boekdelen
spreekt

en dan
voelen we

dat al het andere

verbleekt

– uit Het leven reikt ons alles aan


Liefs Valentijn

Het leven
Reikt ons alles aan

Een verzameling van spirituele, contemplatieve poëzie — 47 gedichten die ons eraan herinneren om niet te zoeken naar meer, maar om te herkennen wat reeds is gegeven.

Voor wie verlangt naar stilte, betekenis en verbinding met het moment.

Verkrijgbaar als e-book (PDF)

Vergelijkbare artikelen