Van jongs af aan leren we dat ons leven geordend moet zijn. Dat we alles in horen te delen volgens schema’s, agenda’s, deadlines, stappenplannen. Alsof we onze groei kunnen plannen. Maar het leven laat zich niet vastzetten, het volgt zijn eigen ritme.
We bewegen door onze dagen alsof het voortdurend lente is — gericht op groei, op vooruitgang, altijd onderweg naar wat nog komt. Maar wat als de lente zelf nooit het doel is geweest, maar slechts één van onze seizoenen?
Als we de natuur aanschouwen, zien we dat het leven niet beweegt in rechte lijnen, maar in seizoenen. In het ene seizoen bloeit zij uitbundig, in het andere trekt zij zich stil terug. Niets is voortdurend actief.
Niets wordt langer vastgehouden dan nodig.
Wanneer we naar buiten kijken, ervaren we de overgang van seizoenen niet als falen. We weten dat de seizoenen hun tijd nemen met een reden. We vertrouwen erop dat de natuur vanzelf verandert wanneer het zover is.
Maar wanneer het onszelf betreft, verliezen we dat vertrouwen.
Wanneer ons eigen lichaam vertraagt, wanneer verdriet of vermoeidheid zich aandient, voelen we dat al snel als een teken dat er iets misgaat. Burn-out, herstel en periodes van rouw worden vaak in het hokje van achteruitgang geplaatst. Als donkere tijden waarin we iets van ons licht zijn kwijtgeraakt. Maar misschien zijn we niet zo verdwaald als we ons voelen. Misschien veranderen we mee, zonder dat we het merken.
Zaden ontkiemen niet in het volle licht.
Ze breken open in het donker.
Als de winter in ons geen bedding krijgt, blijft de lente daarna soms kleurloos. Waar bloemen in bloei hadden kunnen staan, treffen we een lege plek aan — zichtbaar, voelbaar, ook in de seizoenen die volgen.
Niet omdat er niets in ons lag te wachten. De rust om te wortelen bleef uit.
In deze tijd is het niet eenvoudig om te leven in het ritme van onze seizoenen. Waar de natuur in het najaar vanzelf vertraagt, blijft de moderne maatschappij het hele jaar door actief. En liefst ook productief.
We voelen de druk om steeds mee te blijven bewegen.
Rust is iets geworden wat pas mag komen als alles afgerond is. Het is een beloning. Een luxe. Maar in de natuur volgt rust niet op het werk. In sommige seizoenen ís rust het werk. Wat stil lijkt, bereidt zich al voor. Misschien is dat bij ons niet anders.
Soms is het genoeg om enkel mee te ademen met het leven en te luisteren naar wat zich in stilte aandient. Doorgaan is lang niet altijd het moedigste wat we kunnen doen. Het vraagt vaak meer moed om te erkennen: dit is geen tijd van bloei, dit is herfst of winter — en dat niet te zien als tekortkoming, maar als stille kracht.
Het leven laat ons vanzelf voelen wanneer het tijd is om opnieuw in beweging te komen.
Wie weet wat we in onszelf mogen ontmoeten in deze overgang.
Dit gedicht is voortgekomen uit de overgangen.
Als herboren
ik kom nooit terug
als tevoren
met iedere overgang
van een seizoen
laat ik
iets achter
maar iets in mij
keert daarna terug
als herboren
– uit Een eerste aanreiking
Liefs Valentijn
P.S. Als deze woorden je de bedding laten voelen van de overgang van seizoenen, dan zul je diezelfde zachtheid herkennen in de gratis verzameling Een eerste aanreiking.
